075 – 820 02 65 | Voor spoedgevallen na 18.00 uur en in het weekend: 020 - 740 06 00
Selecteer een pagina

Allergieën

Allergieën veroorzaken veel jeuk bij onze huisdieren en komen veel voor. Een allergie houdt in dat het dier overdreven reageert op een bepaalde prikkel. Van een enkele keer jeuk, vermoedden we niet direct een allergie, maar als de jeuk vaker terug komt of we zien een beeld wat goed past bij allergie, dan moeten we gaan onderzoeken of er een allergie aanwezig is.

Over het algemeen kunnen we de allergieën opdelen in 3 categorieën. Dit zijn, in volgorde van voorkomen:

  • Vlooien-allergie dermatitis
  • Voedingsallergie
  • Omgevingsallergie of atopie

Alsof vlooien nog niet vervelend genoeg waren op zichzelf, kunnen dieren dus echt allergisch zijn voor vlooien, of eigenlijk, het speeksel van de vlo. Hierbij is het dan ook niet van belang hoeveel vlooien er zijn, ook van een enkele beet kan een dier al jeuk krijgen, vaak over het hele lijf. Het is hier dus ontzettend belangrijk om het dier goed preventief te behandelen tegen vlooien, met een middel wat ook geregistreerd is tegen vlooien-allergie dermatitis (VAD). Dit staat dan ook uitdrukkelijk in de bijsluiter van het product vermeld. Vlooienallergie komt meer voor bij katten dan bij honden. Omdat vlooienallergie goed onder controle is te krijgen (en te houden) met adequate preventie, is deze allergie ook het makkelijkst “uit te sluiten” tijdens het opwerken van een allergietraject.

Als dieren adequaat worden behandeld voor vlooien, maar ondanks dat alsnog last hebben van jeuk, dan gaan we kijken of er mogelijk sprake is van een voedingsallergie. Voedingsallergie geeft wisselende klachten. We zien bvb. klachten zoals het hebben van wisselende ontlasting, periodes van braken en diarree, anaalklierproblemen, jeukklachten (over het hele lichaam, of juist alleen aan de poten), en/of terugkerende oorontstekingen. Het likken aan de poten en terugkerende oorontstekingen zien we relatief vaker bij de hond. Als we het vermoeden hebben van een voedingsallergie, dan moet het dier een tijd lang (meerdere weken) op een strikt hypoallergeen dieet staan. In dit dieet zijn de eiwitten, waar de dieren allergisch op reageren, in zulke kleine stukjes “geknipt”, dat ze niet meer herkend worden als eiwit. Daarnaast kan gebruik gemaakt worden van eiwitten waarmee het dier niet eerder in aanraking mee is geweest, zoals bvb. een dieet gebaseerd op insecten. Het is belangrijk dat het dier geen andere dingen eet dan het hypoallergene dieet, dit houdt dus in: geen koekjes, geen runderbotten etc. Dit is vaak lastig, omdat zowel mens als dier gewend is aan traktaties, maar wel heel belangrijk voor de gezondheid van het dier! Als we zien dat het dieet een goed effect heeft (dus alle symptomen zoals jeuk zijn verdwenen), dan is het vermoeden van de allergie vrijwel bevestigd en kunnen we gaan starten met “provocatie”-testen. Dit houdt in dat we gecontroleerd voedingsbronnen gaan toevoegen, om te kijken waar het dier wel en niet op reageert. De meeste allergieën zien we bij kip- en rundereiwit.

Mocht het dier, ondanks adequate vlooienbehandeling én een hypoallergeen dieet, nog steeds last hebben van jeuk en andere problemen, dan gaan we kijken of de omgeving eventueel een rol speelt in de allergie. Omgevingsallergieën zien we regelmatig in combinatie met voedingsallergieën. Dit houdt in dat het dier wel minder last heeft tijdens het hypoallergene dieet, maar helaas niet volledig van zijn klachten af is. Ook hier is voeding heel belangrijk. Er wordt dan overgestapt op een ander dieet, welke extra stoffen bevat die bvb. de huid meer ondersteuning geven. De huid beschermt ons en onze dieren van invloeden van buitenaf. Bij omgevingsallergieën moeten we denken aan bvb. pollen, huisstofmijt, etc. Door de huid extra te ondersteunen, wordt de huid barrière nog sterker, waardoor pollen en mijten minder goed kunnen doordringen in de huid en dus minder irriteren. Doordat o.a. pollen een oorzaak zijn van omgevingsallergieën, zien we dat de klachten bij het dier in bepaalde maanden of seizoenen erger zijn. Omgevingsallergieën zijn vaak lastiger onder controle te houden met alleen een dieet, en daarom is het vaker nodig om extra ondersteuning te geven. Dit kan op verschillende manieren.

Hypoallergeen dieet.